Besluit kind en Avondmaal
Na uitgebreide bezinning op het avondmaal heeft de kerkenraad op 2 maart 2026 het volgende besloten:
“Op basis van voortschrijdend inzicht in wat de Schrift leert over het avondmaal als maaltijd van het nieuwe verbond, besluit de kerkenraad niet alleen volwassenen die belijdenis hebben gedaan, maar ook de kinderen van het verbond in deze maaltijd te laten delen.
In het verlengde van de oproep aan ouders vroeger bij de viering van het Pesachmaal om hun kinderen te vertellen wat we precies gedenken, roept de kerkenraad ouders van nú op hun kinderen goed uit te leggen wat het voor hen betekent bij Gods verbond te horen en wat wij bij de maaltijd van het verbond gedenken (Psalm 78:1-7).
De kerkenraad roept allen in de gemeente op zich – naar vermogen – toe te leggen op bewuste deelname aan de dienst van Woord en sacrament (Psalm 5:6-8; Psalm 25:4-14; 1 Korintiërs 11:27-29).”
Ter ondersteuning daarvan wordt er materiaal beschikbaar gesteld voor ouders en in het kinder- en jongerenwerk binnen onze gemeente.
Onderbouwing
In maart 2025 verscheen de notitie ‘Kinderen, jongeren en avondmaal De Koningshof Leusden’. Hierin worden verschillende Bijbelgedeelten en Bijbelse lijnen besproken.
Hieronder een korte verantwoording van het besluit van de kerkenraad.
1. Wat ís het avondmaal? Geschenk en opdracht van onze goede God.
Het gedeelte van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat over de sacramenten gaat begint zo:
“Wij geloven dat onze goede God, omdat Hij met ons onverstand en de zwakheid van ons geloof rekening houdt, voor ons de sacramenten heeft ingesteld. Zo wil Hij ons zijn beloften verzegelen en ons onderpanden van zijn goedgunstigheid en genade jegens ons in handen geven.
Ook wil Hij zo ons geloof voeden en onderhouden. Hij heeft de sacramenten gevoegd bij het Woord van het evangelie, om ons door middel van onze zintuigen des te beter duidelijk te maken, zowel wat Hij ons door zijn Woord te verstaan geeft, als wat Hij van binnen in ons hart doet.” (NGB art.33)
Vanouds heeft God zijn volk bíj zijn Woord ook zichtbare tekens gegeven om jong en oud te leren: op Gód kun je aan! God is trouw en betrouwbaar. Hij doet wat Hij zegt.
Toen Hij dat verrassend liet zien bij Israëls bevrijding uit Egypte, droeg Hij zijn volk op daarvoor een blijvend ‘gedenkteken’ op te richten: de viering van het Pesachmaal, een gedenkdag om Gods grote daden nooit meer te vergeten (Exodus 12:14). Uiteraard met de bedoeling om, gesterkt door dat maal, vertróuwend verder te leven.
Als je Exodus 12 leest valt op hoezeer God bij de opdracht Zijn daden te gedenken juist de kinderen voor ogen heeft gehad (vs 25-27; zie ook Psalm 78:1-7).
Het zal niet voor niets zijn dat onze Heiland later juist tijdens het Pesachmaal het avondmaal heeft ingesteld. Aan de vooravond van Goede Vrijdag schenkt Hij zijn kerk (daar vertegenwoordigd door de fundamentleggers van de Nieuwtestamentische gemeente) opnieuw zichtbare tekens, om hen te helpen nooit meer de dag te vergeten waarop Hij zijn volk meer dan ooit heeft liefgehad.
Vanaf dat moment herinneren brood en wijn ons aan het voor ónze bevrijding geslachte Pesachlam (1 Korintiërs 5:7; zie ook Jesaja 53:5-7). Zoals er voor het volk van het Oude Verbond veiligheid was achter het bloed aan de deurposten in Egypte, is er voor ons en onze kinderen bevrijding door het bloed van Christus (Openbaring 5:9; zie ook HC Zondag 1).
Het is Christus zelf die zijn gemeente bij het aanreiken van brood en wijn op het hart bindt:
“Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.” (Lucas 22:17-20)
Een geschenk en een opdracht met het oog op telkens weer vernieuwd, vertrouwend leven!
2. Voor wíe is het avondmaal?
Aan het Pesachmaal moest ieder deelnemen die tot het verbond behoorde (ouders, kinderen, besneden vreemdelingen). In het Nieuwe Testament lees je nergens over deelname door kinderen.
Maar je komt ook nergens voorschriften tegen met betrekking tot het gáán deelnemen door (volwassen geworden) kinderen. Kennelijk sprak het voor Jezus’ leerlingen vanzélf, dat ook de kinderen er net als voorheen bij waren en meededen als kinderen van het verbond.
Vergelijk hoe de Catechismus naar onze kinderen kijkt (HC Zondag 27, v/a 74):
“Ook de kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en zijn gemeente.
Ook worden aan hen evenals aan de volwassenen, door het bloed van Christus, de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd.”
“Evenals de volwassenen…”: de positie van kinderen is geen andere dan die van hun ouders. Het avondmaal wil het geloof van jong én oud voeden en sterken. In zijn boek “Over dopen” schrijft Adrian Verbree over de deelname van kinderen aan het Pesachmaal o.a. het volgende:
“Het was de gewoonte dat de vader van een gezin op de vraag van zijn zoon “waarom doen we dit?” uitlegde wat de Heer voor Israël had gedaan. Zo raakten de kinderen in een gezin bij het opgroeien steeds meer vertrouwd met Gods liefde en zijn grote daden voor Israël. Dat niet elk kind deze uitleg meteen begreep, was geen reden om het van het Pesach te weren. Het mocht in de loop van de jaren groeien in kennis, een natuurlijke gang van zaken.”
3. Waar zijn de kinderen gebleven?
In Handelingen viert de gemeente het avondmaal “bij elkaar thuis” (Handelingen 2:46).
Er is geen reden om aan te nemen, dat de kinderen hier niet bij waren (zie boven).
Ook de praktijk in de eeuwen daarna wijst op deelname van de kinderen.
Dat wordt van lieverlee anders, vooral vanaf de tijd, dat ‘brood en wijn’ niet meer als tekens, maar als het echte lichaam en bloed van Christus worden gezien (een standpunt dat in 1215 de officiële kerkleer werd). Er ontstaat huiver en angst rond het gebruiken van de heilige hostie. Kort gezegd: naarmate het avondmaal meer ‘heilige mis’ wordt, gaan we de kinderen aan tafel weren. Er komen allerlei voorwaarden, voordat iemand het avondmaal mag vieren.
De Reformatie (m.n. Calvijn) heeft het ‘realisme’ (brood en wijn veranderen bij de viering in het echte lichaam en bloed van de Heer) helder afgewezen. Tegelijk bleef de praktijk wel die van Rome: je kunt niet ‘zomaar’ deelnemen aan het ‘heilig’ avondmaal. Nee, je moet eerst aan bepaalde voorwaarden voldoen: kennis van de hoofdzaken van de christelijke leer.
De discussies in de tijd van de Reformatie gingen o.a. over de leeftijd waarop een jongere geacht kan worden e.e.a. te begrijpen.
Nu is tegen de achtergrond van veel onkunde onder het héle volk de wens van ‘eerst catechese en een soort openbare belijdenis’ wel te begrijpen.. Het gevaar van automatisme dreigde: als je maar gedoopt bent en de hostie hebt genuttigd, zit het wel goed met je behoud (alsof doopwater, brood en wijn zélf je redden). Maar intussen werden de kinderen kind van de rekening: zij raakten hun wettige plaats aan de tafel van de Heer kwijt….
Hoe dit te beoordelen?
Het is terecht wanneer Calvijn e.a. met beroep op o.a. 1 Korintiërs 11 pleiten voor: weten wat je doet. Dat geldt bij het avondmaal, het geldt voor elke kerkdienst en godsdienstige handeling (Prediker 4:17-5:1; Matteüs 6:5v.; 1 Timoteüs 2:8v.) en het geldt voor oud én jong (de kinderen die we mee laten zingen, bidden, belijden). Het past bij kinderen dat zij er nog in mogen groeien, in ‘weten wat je doet’.
Wat 1 Korintiërs 11 betreft is het goed te bedenken, hoe daar juist bepaalde volwássenen worden aangesproken op ónvolwassen gedrag. Zíj zijn het (niet de kinderen) voor wie daar een drempel wordt opgeworpen.
4. Waar blijft de geloofsbelijdenis?
Binnen de huidige Nederlandse Gereformeerde Kerken is er geen koppeling meer tussen de openbare geloofsbelijdenis en de toelating tot het avondmaal. De kerkorde laat aan de kerkenraad het besluit wie er worden toegelaten tot het avondmaal en wie niet. En de vragen bij de openbare geloofsbelijdenis spreken niet meer van een koppeling met het avondmaal.
Toch is dit wel lange tijd het gebruik geweest in onze kerken. En de kerkorde roept de kerkenraad ook op om te bevorderen dat iedere gedoopte toegroeit naar openbare geloofsbelijdenis.
Ook al betekende de invoering van een openbare belijdenis de uitsluiting van kinderen bij de avondmaalsviering, daarmee is een vorm van openbare belijdenis zelf nog niet zonder waarde.
Je plaats in Gods verbond vraagt van iedereen ook antwoord. Allereerst het antwoord van een gelovig leven. Maar je kunt ook denken aan een publieke verklaring van iedere volwassen geworden dopeling, dat hij/zij z’n plek in Gods verbond van harte wil innemen en daarop aanspreekbaar is. Hij/zij weet zich verantwoordelijk voor de opbouw van Gods gemeente en wil zich daar van harte voor inzetten.
Deze belijdenis opent voor hem/haar de weg naar actief en passief kiesrecht en het afleggen van beloften, bijvoorbeeld bij de doop van kinderen.
Het blijft belangrijk de noodzaak van geloofsonderwijs en een daarop volgende openbare belijdenis onder ogen te zien. Ouders, kinderen en jongeren zullen hieraan in zowel de prediking als alle andere ambtelijke bearbeiding steeds weer moeten worden herinnerd.
De vormgeving/verwoording van deze min of meer nieuw onderbouwde belijdenis (niet langer: om zo toegang te krijgen tot het avondmaal) is een onderwerp voor verder overleg.
5. Hoe kan het avondmaal samen met eerbied worden gevierd?
Het vieren van het avondmaal als verbondsmaaltijd willen we met eerbied doen. Het gaat om het lichaam van Christus, waardoor en waarin wij allen heilig worden verklaard. De kerkenraad zal het onderwijs en de heiliging rond de viering en de voorbereiding van het heilig avondmaal breder trekken dan alleen de ouders: dit gaat de hele gemeente aan als lichaam van Christus. Belangrijk is dat we met elkaar erover praten wat dit voor alle gemeenteleden betekent, hoe je als ouders het gesprek aangaat met je kinderen over het avondmaal en hoe we hierin de tieners meenemen.